Norm


De Raad van Deskundigen van het certificeringsprogramma PROduCERT gecertificeerd scharrelrundvlees heeft op 19 mei 1999 het reglement vastgesteld. Op 29 mei 2000 en 13 november 2001 is het reglement gewijzigd.



Artikel 1

Algemene bepalingen

1. Op ieder deelnemend productiebedrijf voor scharrelrunderen dienen alle aanwezige runderen conform het reglement voor de productie van scharrelrundvlees gehouden te worden. (sanctieprocedure 3)

2. In uitzondering op het gestelde in lid 1 is het toegestaan naast scharrelrunderen tevens melkvee te houden, mits een strikte scheiding tussen de beide bedrijfsvoeringen is aangebracht. (sanctieprocedure 3)

3. Scharrelrunderen dienen in groepen gehouden te worden, met uitzondering van moederdieren in de periode twee weken voor en twee weken na afkalven, dekstieren en zieke dieren (sanctieprocedure 3)

















4. De huisvesting van scharrelrunderen dient zodanig plaats te vinden, dat de dieren te allen tijde op natuurlijke wijze kunnen gaan staan en liggen. (sanctieprocedure 3)

5. Scharrelrunderen dienen te allen tijde beschermd te zijn tegen honger, dorst, extreme weersomstandigheden, pijn en tegen beperkingen van hun natuurlijke gedrag. (sanctieprocedure 3)

6. Aanbinden of vastzetten van scharrelrunderen is niet toegestaan. Uitzonderingen gelden voor (veterinaire) behandelingen en het halstermak maken van fokdieren. Voor het halstermak maken geldt dat dit slechts een maal mag worden toegepast met een maximale periode van acht weken, waarbij de aanvang in het logboek aangetekend dient te worden. Voor veetentoonstellingen en/of -keuringen kan ontheffing worden aangevraagd bij PROduCERT om fokdieren voor een langere periode vast te zetten t.b.v. het halstermak maken. (sanctieprocedure 3)

7. Ieder productiebedrijf van scharrelrunderen dient tevens deelnemer te zijn van de regeling PVE/IKB rund of een vergelijkbare regeling. (sanctieprocedure 5)